WhatsApp: 06-44266464
A A A

Actueel

Parameters Werkhervattingskas 2016: maatwerkadvies omtrent eigenrisicodragerschap of terugkeer naar UWV

17-09-2015

De nieuwe parameters Werkhervattingskas 2016 zijn op 1 september 2015 in de Staatscourant bekend gemaakt. Er zijn geen grote verschuivingen in 2016 ten opzichte van 2015. Toch is 2016 een belangrijk adviesjaar voor de inkomensadviseur.

Voor grote bedrijven is 2016 het laatste jaar dat ze nog voor één jaar terug kunnen keren naar het UWV op een minimumpremie. Vanaf 2017 geldt dat ze bij het UWV worden afgerekend op de eigen historische schade. En worden ze eigenrisicodrager WGA, dan is dit voor zowel het vaste als het flexrisico.

In 2016 is het eigenrisicodragerschap alleen mogelijk voor de Ziektewet en voor de WGA-vast. Een eigenrisicodrager draagt zelf de uitkeringslasten en heeft zelf de verantwoordelijkheid over de re-integratie van de zieke ex-werknemer en/of WGA-instromer. Daar staat tegenover dat de eigenrisicodrager geen gedifferentieerde premie WGA-vast en/of ZW-flex hoeft te betalen. Voor het WGA-flexrisico geldt in 2016 in ieder geval een verplichte WGA-flex gedifferentieerde premie.

Uitstel samenvoeging WGA-vast en WGA-flex

Vanaf 2017 valt de WGA-flexgroep onder het eigenrisicodragerschap voor flexwerkers die ziek worden na 1 januari 2017. Het was bij de komst van de Bezava de bedoeling dat in 2016 WGA-flex en WGA-vast tot één totaalrisico samengevoegd zouden worden. Op 20 februari 2015 heeft minister Asscher een jaar uitstel tot 2017 bekend gemaakt. Dat was volgende de private verzekeraars niet voldoende: zij gaven aan dat concurrentie met het UWV niet mogelijk zou zijn bij ongewijzigde wetgeving en dat ze niet meer bereid waren om het risico van het WGA-totaal (vast en flex) te verzekeren.

Betere marktverhoudingen

Minister Asscher heeft vervolgens op 22 juni 2015 een wijziging van het financieringsstelsel bekend gemaakt ,waarmee de marktverhoudingen tussen privaat en publiek beter in balans zijn. Verzekeraars kunnen nu wel de concurrentie met het UWV aan. Want ook de bedrijven die terugkeren naar het UWV moeten vanaf 2017 bij het publieke bestel (UWV) altijd over de eigen historische instroom een gedifferentieerde premie gaan betalen (in plaats van de lage minimumpremie).

Belangrijk is dat bedrijven die vanaf 2017 kiezen voor het eigenrisicodragerschap niet meer te maken hebben met het inlooprisico! Ze mogen alle WGA-uitkeringen als staartlasten bij het UWV achterlaten. Dit is vooral zeer aantrekkelijk voor de bedrijven die nooit eerder zijn uitgestapt en altijd voor de WGA bij het UWV zijn gebleven. Echter, bij de private verzekeraar zullen ze ook een premie gaan betalen die afhankelijk is van de eigen instroom. Linksaf of rechtsaf betaalt de grote werkgever zijn eigen schade. Overheidsbedrijven zullen veelal kiezen om het risico zelf te dragen (zonder private verzekeraar) omdat zij geen borgstelling nodig hebben.

Voor 2016 nog afweging maken voor 1 oktober 2015

Toch is 2016 een belangrijk adviesjaar om (met een gespecialiseerde inkomensadviseur) te analyseren wat voor 2016 nog interessant is. Want als er in 2016 nog gekozen wordt voor het eigenrisicodragerschap (dat moet voor 1 oktober 2015 bij de Belastingdienst bekend zijn), dan heeft alleen het jaar 2016 nog te maken met een zelf te dragen WGA-last. Als de premie bij het UWV fors hoger ligt dan de verzekeringspremie voor het eigenrisicodragerschap in combinatie met het zelf dragen van de lasten, kan een overstap nog worden overwogen. Dit zal niet veel voorkomen. Het ligt meer voor de hand dat privaat-verzekerde bedrijven voor de WGA nog voor één jaar minimumpremie (0,11%) weer teruggaan naar het UWV, hoewel de private verzekeraars dit uiteraard proberen te voorkomen.

Adviseurs zullen altijd een voorbehoud voor wijzigingen in wetgeving moeten maken. Advies wordt gegeven op hetgeen er nu bekend is. Daarbij is het nog wel van belang om in acht te nemen dat het wetsvoorstel met de verandering per 2017 pas begin november 2015 bekend wordt. Minister Asscher heeft daarnaar verwezen in zijn brief van 22 juni 2015. Dan komt er pas meer duidelijkheid op nog openstaande vragen, o.a. bij wie de re-integratieverantwoordelijkheid ligt voor de personen waarvan de uitkering als staartlast bij het UWV achterblijft.

De WGA-calculator en de ZW-calculator (tools op VeReFi) komen deze week in aangepaste vorm voor 2016 online (toegankelijk voor werkgeversabonnementen, dienstverlenersabonnementen en studentenabonnementen). Vanaf 2 september is ook de nieuwe Whitepaper Werkhervattingskas 2016 en vooruitblik naar 2017 beschikbaar op VeReFi (deze is ook toegankelijk voor light abonnementhouders).

Vergelijking parameters Werkhervattingskas 2016 met 2015

Voor kleine bedrijven gelden de sectorale premies (zie bijlage sectorale premies in de Staatscourant). De grens tussen klein – middelgroot gaat van € 314.000,- naar € 319.000,-. En de grens middelgroot – groot stijgt van € 3.140.000,- naar € 3.190.000,-. Bijgaand een overzicht van de parameters. Daarna wordt een rekenvoorbeeld gegeven hoe de gedifferentieerde premie uitgerekend kan worden.

Berekeningswijze gedifferentieerde premie

Elke gedifferentieerde premieberekening is gebaseerd op het principe dat er bij de rekenpremie een opslag of een korting komt. De opslag of de korting wordt bij grote bedrijven (loonsom > € 3.190.000,-) volledig bepaald op de eigen instroom. Bij middelgrote bedrijven geldt een gewogen gemiddelde tussen de sector en het individuele risico van het bedrijf zelf. Bij kleine bedrijven geldt een branchepremie, dus wordt de hoogte van de opslag of korting bepaald door de branche-instroom.

Het T-2 principe

Bij de berekening van het individuele werkgeversrisico geldt het T-2 principe. Het jaar T is het jaar waarvoor de premie wordt vastgesteld. Om voor de werkgever het individuele risico vast te stellen, gaat het UWV uit van de instromers in het ZW-vangnet of de WGA-flexuitkering van het jaar T-2 (oftewel twee kalenderjaren eerder). Bij de vaststelling van de premiedifferentiatie voor het jaar 2016, wordt er dus gekeken naar de gedane uitkeringen in 2014.

Korting of opslag op rekenpremie

Bijgaand een voorbeeldberekening voor WGA-vast waarbij we eerst de korting of opslag op de rekenpremie gaan uitrekenen. Dit gebeurt met de volgende formule

  • Correctiefactor werkgeversrisico * (individuele werkgeversrisico minus gemiddeld risico)
  • Het individuele werkgeversrisico wordt voor het premiejaar 2016 berekend door de uitkeringslasten van uitkeringen ingegaan na 1 januari 2007 (voor flex na 1-1-2012) te nemen die in het jaar 2016 (T-2) zijn uitbetaald en dat te delen door de gemiddelde loonsom van de laatst bekende vijf jaar (gemiddelde loonsom van de periode 2010-2014) en te vermenigvuldigen met 100%.

De opslag of korting komt bij de rekenpremie op (of af) en vervolgens wordt deze uitkomst vergeleken met de minimum- en maximum bandbreedte van de premies.

Premievoorbeeld groot bedrijf (WGA-vast premie)

Het individuele werkgeversrisico wordt vergeleken met het landelijk gemiddelde werkgeversrisicopercentage. Deze is gegeven in de parameters op 0,27%. Het bedrijf doet het slechter dan gemiddeld, dus er volgt een opslag op de rekenpremie. Het verschil wordt ook nog vermenigvuldigd met de correctiefactor werkgeversrisico van 1,34 (zie parameters).

Berekening opslag / korting : 1,34 * (1% - 0,27) = 0,97% (uitkomst wordt naar beneden afgekapt)

Totale gedifferentieerde premie: 0,48% (rekenpercentage) + 0,97% (opslag) = 1,45%

Deze valt binnen de minimum- en maximumgrens.

Voor vragen kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Zie ook: Werkhervattingskas 2016 Staatscourant

 

Bron: Verefi