Mogelijkheden pensioenopbouw zelfstandigen worden niet uitgebreid
21-09-2007Zelfstandigen hebben voldoende mogelijkheden aanvullend pensioen op te bouwen. Extra overheidsmaatregelen om die opbouw verder te stimuleren, zijn daarom niet nodig. De ministerraad heeft op voorstel van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris De Jager van Financiën ingestemd met een notitie aan de Tweede Kamer over dit onderwerp. De notitie is een reactie op verzoeken van de Tweede Kamer om iets te doen aan de pensioenopbouw van zelfstandigen.
Volgens het kabinet wordt de relatief lage pensioenopbouw van zelfstandigen niet veroorzaakt door het ontbreken van fiscale ruimte maar door andere oorzaken. Het overgrote deel van de zelfstandigen benut de thans bestaande kaders niet of onvolledig. Verruiming van de fiscale kaders zal voor hen zeker geen impuls zijn voor extra pensioenopbouw. Overigens constateert het kabinet dat zelfstandigen nu vaak onvoldoende belangstelling hebben voor hun pensioen(opbouw). Het kabinet vindt dat organisaties van zelfstandigen een belangrijke rol kunnen spelen bij het vergroten van dit pensioenbewustzijn.
Vrijwillige voortzetting ex-deelnemers die zelfstandig ondernemer worden
Bij de behandeling van de Pensioenwet is bepaald dat zelfstandigen die voorheen in loondienst waren èn hun inkomen uit winst halen, in plaats van drie jaar nog tien jaar pensioen mogen opbouwen bij hun oude pensioenuitvoerder middels vrijwillige voortzetting.
Het kabinet heeft op verzoek van de Tweede Kamer nu onderzocht of die premies ook tien jaar aftrekbaar kunnen worden. Dit kan volgens het kabinet niet omdat dit onder meer in strijd is met de regels voor gelijke behandeling. Terwijl ex-deelnemers die aansluitend aan het werknemerschap starten als zelfstandig ondernemer tien jaar fiscaal gefacilieerd zouden mogen voortzetten op basis van het voormalige loon, zou dat voor overige categorieën ex-deelnemers slechts drie jaar kunnen. Civiel kunnen ex-deelnemers die zelfstandig ondernemer zijn geworden de pensioenregeling dus 10 jaar voortzetten maar dit wordt slechts voor drie jaar fiscaal ondersteund. In de praktijk zal de vrijwillige voortzetting dus beperkt blijven tot drie jaar.
Bron: Brief Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan Tweede Kamer, 7 september 2007






