Nieuws over premiedifferentiatie WAO en de ontwikkelingen van de WIA-instroom in 2006
WAO
Eind mei 2007 is de tekst van het wetsvoorstel naar buiten gekomen, waarin de afschaffing van de Pemba wordt toegelicht. Pemba staat voor de wet die de premiedifferentiatie en de marktwerking voor de WAO regelt. Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan het coalitieakkoord, waarin de afschaffing van de Pemba is aangegeven. Gelijktijdig wordt hiermee ook geregeld dat er geen premiedifferentiatie voor de IVA komt.
De reden van de afschaffing van de Pemba ligt in eerder gemaakte afspraken rond de beperking van de IVA-instroom (<25.000 in 2006) en de loonprikkel gedurende de eerste twee ziektejaren. Aan deze afspraak is voldaan, waardoor de Pemba kan worden afgeschaft, en waarmee ook de IVA-uitkering inmiddels met terugwerkende kracht is verhoogd naar 75%.
Met ingang van 1 januari 2008 zullen er geen gedifferentieerde premies voor de WAO meer zijn. Alle publiek verzekerde werkgevers (die dus in het verleden geen eigen risicodrager voor de WAO zijn geworden) zijn vanaf 2008
een uniforme premie voor de WAO verschuldigd. In de memorie van toelichting wordt uitgegaan van een uniforme premie van 0,4%. Deze premie komt naast de basispremie. Hiermee wordt dus de individuele premiedifferentiatie voor de grote werkgevers als de branchegewijze premiedifferentiatie voor de kleine werkgevers afgeschaft.
Deze uniforme premie (een vaste gedifferentieerde WAO-premie) zal tot en met het jaar 2010 geheven worden. Daarna vallen de WAO-uitkeringslasten niet meer onder de eerder ingezette premiedifferentiatie, maar komen ze voor rekening van de basispremie.
Werkgevers die al eigen risicodrager voor de WAO waren, kunnen dit blijven. Dit houdt in dat zij een financieel voordeel hebben ten aanzien van de niet-eigen risicodragers. Immers de WAO-eigen risicodragers betalen geen premie meer voor de privaat gesloten eigen risicodragersverzekering, omdat de toekomstige kans op instroom WAO nihil is.
Er komt een uniforme premie in plaats van een per bedrijf of branche gedifferentieerde premie. Dit houdt in dat de premie een gemiddelde premie wordt. Als er bedrijven of branches een lagere instroom hebben vertoond dan het gemiddelde, dan zal de per 1-1-2008 geldende uniforme premie hoger worden. En uiteraard bij een lagere instroom, zal een lagere premie gelden.
Instroom WIA
Het eerste jaar van de WIA is voorbij, zodat ook de eerste rapporten van het UWV over de effecten van de WIA zijn
verschenen. Geanalyseerd zijn:
- UWV Kwartaalverkenning 2006-IV
- UWV Jaarverslag 2006
Het eerste rapport heeft een uitgebreide analyse van de eerste drie kwartalen van de WIA, het jaarverslag geeft de totaalcijfers over heel 2006.
In totaliteit zijn er ultimo 2006 19.100 WIA-toekenningen geweest. Hiervan zijn 3.700 IVA-uitkeringen (voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten) en 15.400 WGA-uitkeringen (gedeeltelijk arbeidsgeschikten). Dit aantal is fors lager dan de verwachtingen omtrent de effecten van de WIA, maar ook veel lager dan de voorheen geldende WAO-instroom. Stroomden in 2002 per 10.000 werknemers nog 123 personen in de WAO, in 2006 bedraagt de instroom in de WIA nog 'slechts' 28 personen per 10.000 werknemers, een reductie van 76%.
Een bijzonder onderscheid moet gemaakt worden voor de groep werknemers die in de WGA zit, maar een toekenning heeft ontvangen op basis van volledige arbeidsongeschiktheid. Eenderde is gedeeltelijk arbeidsongeschikt, tweederde is volledig arbeidsongeschikt. Hierbij moet dan wel de opmerking gemaakt worden dat het hier gaat om personen met vooralsnog) niet duurzame arbeidsongeschiktheid. De verwachting is dat er op termijn een beweging van de WGA naar de IVA zal plaatsvinden, omdat voor een deel de arbeidsongeschiktheid alsnog als duurzaam zal worden beoordeeld.
Circa 30% van de WIA-toekenningen heeft betrekking op zieke werknemers zonder werkgever, zoals zieke werklozen en uitzendkrachten. Dit is op zich opmerkelijk, omdat hun aandeel in de verzekerdenpopulatie maar 13% is.
Het aantal afwijzingen voor een WIA-uitkering is ruim 17.300. Belangrijkste reden voor afwijzing is dat een verzekerde minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Bij minimaal 53% van de afwijzingen is er sprake van een aanvraag voor een WW-uitkering. Het is tot nu toe niet gelukt deze mensen te reintegreren. Dit geldt in bijzondere mate voor vangnetwerknemers, zoals flexwerkers en zieke werklozen.






